Cover titel
Nr 2 - 2018

Alice

Voor nieuw, onbekend schrijftalent

Inhoud nr. 2: 

Het meisje met de zwavelstokjes van Janine Geerling

Vuur liegt niet. Het reageert, het kan niet anders. 

   Ze staart naar de vlam voor haar. Een lichaampje van licht dat flakkert en kronkelt, ontsnappen wil.  

   Geen wonder. 

   Gespetter, gelach, gesmak, geslurp, lippen die zich om glazen en lepels vouwen, schalen die worden doorgegeven, woorden die gemorst, angsten die weggespoeld, verlangens die worden fijngesneden. Waarheden die kleven. 

   ‘Deck the halls with boughs of holly, fa la la la la, la la la la 

   En dat. Kerstklassiekers Volume 1. Op repeat. 

  ‘‘Tis the season to be jolly, fa la la la la, la –‘ 

   De ingedroogde, met levervlekken bedekte handen van oma Dorith zetten een schaal stomende stoofpeertjes op tafel. De doperwten in de schaal ernaast lijken  op ontplofte groene puistjes.  

   ‘See the blazing yule before us -‘ 

   De vlam kromt ver naar achteren in een poging iets fataals te ontduiken.  

   Ze had de kaars een uur geleden zelf nog op tafel gezet. ‘Doe ook eens wat,’ had haar vader gezegd. Traag had ze de bordeauxrode dinerkaarsen uit de verpakking gehaald, een voor een met lucifers aangestoken, ondersteboven gehouden, enkele druppels laten bloeden, en in de zilveren kandelaars geplaatst. 

   Haar moeder schuift iets op haar bord.  

   Kalkoen. 

   ‘FOUT! EEN NAVEL!’ De tafel schudt onder de dreunende vuistslag en  onmiskenbare (kapotgerookte, hijgende, in gepiep eindigende) lach van oom Gerard. Zijn moppen gaan negen van de tien keer over borsten. Tieten. Meloenen. Prammen. Memmen. Toeters. Harries. Joekels. Ze is blij dat hij niet naast haar zit, met zijn kraterhuid, uienoksels en naar ontbinding ruikende adem.  

   De vlam buigt zich iets naar haar toe, alsof hij luistert, haar gedachten horen kan. Ze blaast zijn kant op, net hard genoeg om hem knetterend ineen te doen krimpen. Als hij niet had vastgezeten aan de lont zou hij er vandoor gaan. Dan zou hij met twee hete beentjes over de eettafel sprinten - schroeiplekken achterlatend in het witte tafelkleed - en rakelings langs het getoupeerde haar van tante Belinda springen – nee, wacht, niet rakelings erlangs, erín, IN het haar van tante Belinda, de hele platinablonde mikmak in de fik stekend, en daarna, met een gillende tante Belinda op de achtergrond, zou hij zwarte sporen schaatsen over het laminaat om vervolgens de kerstboom, de gordijnen, de boekenkast in te duiken. Hij zou zichzelf klonen totdat er niks over was van de hele godvergeten deck the halls en falala. Alles roet. Alles smeulend. Alles niks. 

   ‘Luus, lieverd,’ de vlindermouw van haar moeders jurk aait over haar kruin en wappert kippenvel over haar armen, ‘ellebogen van tafel.’ Haar moeder giet cranberrysaus over de kalkoen, en loopt naar het volgende bord. Saus op kalkoen, kalkoen, kalkoen. 

   Iemand zet de muziek harder. ‘HEEDLESS OF THE WIND AND WEATHER, FA LA LA LA LA, LA LA LA LAAAAAAH.’ 

   Ze laat haar armen van tafel zakken, en zucht. 

   De kaars dooft. 

   Volledig. In één keer. Zonder tegenspartelen. Zonder enig geluid. Over. Uit. Het lontje gloeit niet eens, er kringelt alleen wat rook omhoog. 

   Oma Dorith schuift een schaal haar kant op. ‘Erwtjes erbij?’ 

 

Engelennacht van Stijn Claeysier

‘Onder water regent het niet,’ zei Lindsey, ‘luchtbellen 
    vallen altijd omhoog.’ Met ingehouden adem staarde ze naar het 
    bruiskolkje in haar schuimwijn. 
    William tikte tegen de zijkant van zijn hoofd. ‘Goed zot zulle, 
    gij! Straks in de dwangbuis.’ En hij schepte zich nog een lepel 
    aardappelsalade op. 
    Iedereen aan tafel lachte om de opmerking, zelfs de 
    nachtverpleegster deed mee – het voelde heerlijk, ongedwongen. 
    Dit kon misschien toch een gezellige avond worden. Of tenminste 
    niet de verschrikking waar alle aanwezigen (met uitzondering van 
    de verpleegster) zozeer tegen hadden opgezien. Kopzorgen 
    wriemelden hier rond als vleesvliegen op een kreng. 
    In totaal waren ze met zijn negenen; voor de gelegenheid mochten 
    de verschillende afdelingen gezellig bijeenkruipen. Eén iemand 
    bleef te bed, opgekruld onder de dekens. Iedereen toonde begrip: 
    ze was net gisteren binnengebracht. Een jong ding nog, en al 
    compleet gebroken. De verpleegster had haar een bord bezorgd en 
    ging regelmatig kijken. 
    ‘Rosetta, ook wat schuimwijn?’ vroeg Lindsey. Ze stak de fles 
    in de lucht; de dwarse littekens op de binnenkant van haar arm 
    grijnsden gemeen. Een streepjescode van ellende. Zo liepen er 
    hier wel meer. Snijden om te vergeten. 
    In een aarzelende reflex schudde Rosetta het hoofd. Haar houten 
    oorbellen – denneboompjes, zelfgemaakt in “de crea” – 
    wiebelden onwennig. 
    ‘Geen paniek,’ drong Lindsey aan, ‘het is alcoholvrij.’ 
    ‘Kidibul voor volwassenen’ lachte William. 
    Lindsey vulde Rosetta’s toegestoken flûte en tikte er 
    vervolgens tegenaan met haar eigen drankje, ten toost. De klank 
    van plastic tegen plastic. Glazen waren hier verboden. Dat kon 
    mensen op verkeerde gedachten brengen. Wat de “juiste” 
    gedachten waren, wist niemand. 
    Lindsey knipoogde naar Rosetta. ‘Jij bent mijn maatje,’ 
    fluisterde ze. 
    Rosetta kreeg even een mini-fonkeling in die eindeloos trieste 
    ogen van haar, en liet toen met een snik haar flûte vallen. Ze 
    sloeg beide handen voor haar gezicht. Haar lichaam schokte 
    ingehouden. 
    Enkele toesnellende armen landden om haar schouders. Sussende 
    klanken, strelende handen. 
    ‘Mijn dochters…’ snikte Rosetta. ‘Ze willen me niet zien. 
    Zelfs vanavond niet.’ De andere tafelgenoten keken zwijgzaam 
    naar de rand van het papieren tafellaken; elk had zijn eigen 
    demonen. Eenzaamheid was een grote gemene deler, vooral in deze 
    periode van het jaar. 
    De kerstverlichting aan de muur schakelde over op een 
    onaangenaam, druk knipperpatroon. Zo ging het ook met de meeste 
    van deze patiënten: aan-uit, ups-downs. Was er maar een off-knop 
    aan de menselijke geest. Dat zou pas een cadeau zijn! 
    ‘Waarom nog voortdoen?’ hikte Rosetta in horten en stoten. 
    ‘Voor wie eigenlijk?’ 
    William gooide zijn bestek in zijn bord. ‘Gadver!’ en hij 
    stoof weg uit de kantine. 
    ‘Zie je wel: ik verpest zelfs de avond voor anderen.’ Een 
    nieuwe huilbui. 
    Lindsey omarmde het hoopje ellende. ‘Jezelf geen schuldgevoel 
    geven, hoor je me? Zet dat uit je hoofd.’ De verpleegster nam 
    het woord: ‘vanavond is zwaar. Voor iedereen. Laten we proberen 
    rustig te blijven. Nu vooral niet te veel piekeren. Morgen een 
    nieuwe dag. En volgende week gaan we terug van start met de 
    therapieën.’ 
    Plots sloeg de deur open. Het was William. ‘De nieuwe…,’ 
    hijgde hij bleekjes

Cover titel

Alice
Uitgegeven door:
Virtýmedia
verschijnt 6 x per jaar

Prijs los nummer: Ä 8,90 inclusief verzendkosten (inclusief het tijdschrift Schrijven Magazine) (Alleen bij verzending binnen Nederland en BelgiŽ.)
Abonnementen:

Word abonnee voor slechts €26,50 (i.p.v. €38,50) en ontvang:

  • 6 nummers Schrijven Magazine met Alice
  • 1 jaar toegang tot: het Van Dale Online Taalhandboek Nederlands én de Van Dale Online Spellinghulp ( t.w.v. € 20,-).
  •  De C-kaart
  •  En nóg een cadeau naar keuze


Voor meer informatie, klik hier.


Ga naar website

Abonneer / bestel

Kies een nummer of jaarabonnement:

 

Vul uw persoonsgegevens in:

 

 

Literaire tijdschriften zijn ook te koop bij de betere boekhandel.

Archief nummers